Diabetische retinopathie

Welkom bij Stichting Oogzorg Brabant; oogzorg bij u thuis.

 

Diabetische retinopathie (DRP).

 

Wat is Diabetes Mellitus (DM)?

DM of suikerziekte is een aangeboren of later verworven stofwisselingsziekte, waarbij een verstoring is opgetreden in de suikerstofwisseling (glucose). DM kan problemen geven in de bloedvaten in de ogen, de nieren en de rest van het lichaam.

 

We onderscheiden 2 types DM:

- DM type 1: dit is de aangeboren variant.

- DM type 2: dit is de later verworven variant.

 

Welke oogproblemen kun je krijgen bij DM?

Er kunnen bij patienten met DM 2 oogheelkundige problemen optreden:

1. een wisselende gezichtsscherpte:

Doordat de suikerspiegel in het bloed en in de ooglens wisselt, kan een wisselend zicht optreden. De breking van de ooglens is mede bepalend voor de brilsterkte. Door een wisselende suikerspiegel in de ooglens, kan de brekende werking wisselen. Hierdoor kan het zijn dat de sterkte van de bril wisselend niet meer in orde lijkt en de scherpte niet stabiel lijkt te zijn.

Hier kunt u vooral last van hebben bij slechter ingestelde suikerwaardes en is wellicht erg vervelend, schadelijk is dit proces niet.

Dit is ook de reden dat er nooit een bril aangemeten moet worden als de suikerwaardes schommelen. De brilmeting is simpelweg stabieler wanneer de suikerschommelingen minimaal zijn.

 

2. Netvliesafwijkingen (diabetische retinopathie (DRP)):

Op het netvlies worden de binnenkomende beelden geregistreerd. In het centrum van het netvlies ligt de macula (gele vlek). In het netvlies liggen tal van bloedvaten die het netvlies van zuurstof en voeding voorzien. Ten gevolge van DM kan er schade optreden aan deze bloedvaten in het netvlies. Dit kan optreden zonder dat het merkbaar is in het gezichtsvermogen. Deze afwijkingen noemt men "Diabetische Retinopathie (DRP)".

Er treden vooral klachten op wanneer de afwijkingen zich in het maculagebied begeven. Het is uitermate van belang regelmatig hierop te laten controleren, aangezien afwijkingen welke niet tijdig zijn herkend en behandeld kunnen leiden tot blindheid.

 

We kunnen DRP indelen in verschillende stadia.

Diabetische retinopathie (DRP) is een aandoening ten gevolge van DM en bevind zich in het netvlies. De mate van DRP kan verlopen van gering, matig naar ernstig.

 

Hieronder volgt een globale indeling, zonder in te gaan op details.

1. Geen DRP:

In de beginfase van DRP kunnen subtiele veranderingen ontstaan in het netvlies, waardoor een veranderende bloeddoorstroming plaatsvind en een verhoogde doorlaatbaarheid van de kleine bloedvaatjes. Dit kan leiden tot lekkage en bloedvatuitval.

Echter, in deze beginfase kunnen nog geen afwijkingen worden geconstateerd. Het kan dan nog wel 15-20 jaar duren voordat de eerste signalen van DRP optreden.

 

2. Non-proliferatieve DRP:

In deze fase van DRP vormen zich micro-aneurysmata (het uitrekken van bloedvaten door slechte kwaliteit van de vaatwand). Dit is vaak het eerste teken van retinopathie. Uit deze micro-aneurysmata kan vervolgens lekkage ontstaan, bestaande uit vetten, vocht en/of bloed.

Vanaf nu kan het worden geclassificeerd als zijnde licht, matig, ernstig of zeer ernstig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Proliferatieve DRP:

Dit is een nog ernstigere fase, waarbij het gehele netvlies een tekort krijgt aan zuurstof. Om toch meer zuurstof te verkrijgen, worden nieuwe bloedvaten gevormd (neovascularisatie). Deze nieuwe bloedvaten zijn van zeer slechte kwaliteit en de kans op lekkage is groot.

Behandeling in deze fase is erop gericht deze neovascularisaties tegen te gaan of af te remmen.

 

4. Diabetische maculopathie:

In deze fase van DRP zijn de eerder genoemde afwijkingen uitgebreid naar de macula, het centrale deel van het netvlies, waarmee scherp wordt gezien.

Nu ontstaan er dus klachten van slechter zien, door de lekkage van vocht, vetten en bloed in dit centrale deel.

 

Welke risicofactoren zijn er?

Er zijn verschillende risicofactoren die kunnen bijdragen aan het ontstaan van diabetische retinopathie bij DM patienten.

Op een aantal risicofactoren kan GEEN invloed worden uitgeoefend:

- type en duur van de diabetes (kans op DRP is groter naarmate DM langer bestaat);

- zwangerschap en pubertijd (deze groep kent een hoger risico);

- reeds aanwezige DRP bij ontdekking van DM.

 

Op een aantal risicofactoren kan WEL invloed worden uitgeoefend:

- DM controle: regelmatige controle verlaagt de kans op DRP;

- bloeddruk regulering: door verlaging van de onderduk neemt het risico op verergering van DRP af;

- Vetpercentage; dit kan door regelmatige beweging verminderd worden;

- overgang van tablet naar insulineinjecties;

- overgang van insulineinjecties naar insulinepomp.

 

Welke behandelingen zijn er bij DRP mogelijk?

Niet elke DRP behoeft behandeling. Pas bij toename is behandeling noodzakelijk. Wanneer de schadelijke afwijkingen niet tijdig worden herkend en behandeld kan dit slechtziendheid of zelfs blindheid tot gevolg hebben.

 

1. Algemene, niet oogheelkundige behandeling:

Het is van belang dat DM en de risicofactoren optimaal worden behandeld door de internist of huisarts. Het gaat dan met name over de juiste instelling van de suikerspiegel, normale bloeddruk verkrijgen of behouden en een normaal vetspectrum in het bloed.

 

2. Laserbehandeling:

Met de Argon-laser is het mogelijk bijzondere lichtstralen op het netvlies te richtenen zo de afwijkingen van DRP in het netvlies te vertragen, en mogelijk te stoppen. Hierdoor kan het gezichtsvermogen zo lang mogelijk worden gespaard. Afhankelijk van de aard van de afwijkingen zijn 1 of meerdere laserbehandeling nodig.

Aangezien de beschadiging door DRP gedurende langere tijd kan doorgaan, kan een aanvullende laserbehandeling in een later stadium nodig zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Argon laser bij diabetische maculopathie:

Bij de diabetische maculopathie worden de lekpunten als het ware dicht gebrand. De bedoeling is dat de bloedvaten minder lekken, waardoor het vocht en/of vet verminderd of verdwijnt.

Deze laserbehandeling is doorgaans pijnloos.

 

Argon laser bij ernstigere vormen van DRP:

Bij de ernstigere vormen van DRP, waarbij het netvlies niet voldoende zuurstof krijgt, kan ook worden gelaserd. De bedoeling ervan is het voorkomen of verminderen van neovascularisaties. Bij deze behandeling moet een groot gedeelte van het netvlies worden gelaserd (panretinale laserbehandeling genoemd).

Alleen het centrale deel, de macula (of gele vlek) wordt niet gelaserd, aangezien dit het gezichtsvermogen verslechterd. Bij deze laserbehandeling kan in sommige gevallen wat gevoelig zijn.

 

Belangrijk om te weten is dat een laserbehandeling er niet op gericht is om beter te gaan zien, maar om verdere achteruitgang te remmen of te stoppen. Soms kan een laserbehandeling zelfs een daling van de gezichtsscherpte tot gevolg hebben. Op de langere termijn, echter, zal dit toch beter zijn dan niet behandelen.

 

3. Cryobehandeling:

In zeldzame gevallen blijkt een laserbehandeling niet voldoende te zijn. De neovascularisaties gaan dan gewoon verder met hun wildgroei. In dit geval is een cryocoangulatie (soort van bevriezing) van de randen van het netvlies nodig.

Ook bij deze behandeling bestaat de kans dat het gezichtsvermogen verslechterd. De cryobehandeling wordt vrij weinig toegepast.

 

4. Vitrectomie (glasvocht operatie):

In het oog zit een gelei-achtige substantie (glasvocht) voor de vulling. Soms ontstaat er bij de vorming van neovascularisatie een bloeding in dit glasvocht. Hierdoor gaat u plotseling slechter zien, u kijkt namelijk tegen de bloeding aan.

Na verloop van tijd zakt deze bloeding wat weg en verbeterd het zicht. Zakt deze bloeding echter niet weg en blijft u er last van houden, kan worden besloten tot een vitrectomie. Bij een vitrectomie wordt operatief het glasvocht uit het oog weggenomen en komt er een olie voor terug.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5. Intra-oculaire injecties:

Bij een matige en ernstige vorm van macula-oedeem (vocht in de macula) is het niet zinvol om een laserbehandeling uit te voeren. De laser zou dan door de hoeveelheid vocht in het netvlies niet aanslaan of er zou mogelijk teveel schade worden aangebracht in het maculagebied.

Diabetisch macula-oedeem wordt steeds vaker succesvol behandeld door middel van een intra-oculaire injectie (injectie in de oogbol) van medicijnen.

Deze geneesmiddelen heten Lucentis, Avastin of Kenacort (prednisonmiddel).

Ze dienen ervoor om vochtlekkages ten gevolge van de neovascularisaties te verminderen, waardoor een laserbehandeling in een later stadium beter uitvoerbaar is.

Vaak zijn meerdere injecties nodig.

© Copyright 2012. All Rights Reserved.