Glaucoom

Welkom bij Stichting Oogzorg Brabant; oogzorg bij u thuis.

 

Glaucoom.

 

Wat is glaucoom?

Glaucoom is een aandoening waarbij een onbehandelde verhoging van de oogdruk tot gezichtsvelduitval leidt en uiteindelijk tot kokerzien kan leiden.

Glaucoom geeft schade aan de zenuwvezels en oogzenuw, wat leidt tot defecten in het zien van de omgeving (gezichtsveld). De belangrijkste risicofactor is een verhoogde oogdruk.

 

Wereldwijd is glaucoom een van de belangrijkste oorzaken van slechtziendheid.

 

Aantasting van de oogzenuw leidt tot vermindering van het gezichtsveld en kan uiteindelijk tot kokerzien en zelfs tot blindheid leiden. De schade aan de oogzenuw kan niet meer worden hersteld. Een tijdige opsporing van glaucoom is noodzakelijk en een goede behandeling kan verdere aantasting beperken of zelfs stoppen.

Meestal komt glaucoom voor in beide ogen, al kan het ene oog veel meer zijn aangedaan als het andere oog.

 

Glaucoom bestaat uit een combinatie van 3 kenmerken, welke onlosmakelijk verbonden zijn:

1. Verhoogde oogdruk;

2. Aangetaste oogzenuw;

3. Gezichtsveld uitval of beperking.

 

De verhoogde oogdruk is niet langer meer het belangrijkste, maar geldt wel als belangrijkste risicofactor voor glaucoom. Om echter de diagnose "glaucoom" te stellen zijn alle 3 de kenmerken benodigd, bij afwezigheid van 1 van deze spreekt men niet over glaucoom, maar over glaucoom-suspect (verdacht op glaucoom).

Periodieke controles zijn dan zeker op zijn plaats.

 

Het kan echter ook voorkomen dat iemand met een "normale" oogdruk glaucoom heeft, of iemand met een verhoogde oogdruk niet per se glaucoom hoeft te krijgen. De oogdruk is louter een risicofactor.

Maar de bloedvoorziening in de oogzenuw speelt ook een belangrijke rol. Aantasting van de oogzenuw leidt namelijk tot gezichtsveld defecten.

 

In de volksmond wordt glaucoom ook wel groene staar genoemd. Dit is echter een foute benaming, het heeft niks met staar te maken. Staar is een vertroebeling van de ooglens een heet in medische term "cataract" (zie pagina Cataract, elders op deze site).

 

Wat is oogdruk?

We weten nu dus dat een verhoogde oogdruk van grote invloed kan zijn op het ontstaan van schade. De vorm van het oog wordt in stand gehouden door het glasvocht in het oog en doordat het kamerwater een bepaalde druk opbouwt.

In het oog wordt vocht geproduceerd voor de voeding van het hoornvlies en ooglens. Dit kamerwater wordt geproduceerd net achter de ooglens in het straalachtig lichaam. Het straalachtig lichaam bevind zich in de achterste oogkamer. Van hieruit vloeit het kamerwater langs de ooglens door de pupilopening naar de voorste oogkamer om vervolgens afgevoerd te worden in het trabekelsysteem. Het trabekelsysteem is een fijnmazige filter in de kamerhoek, ter plaatse waar de iris en hoornvlies samenkomen. Hier verlaat het kamerwater het oog en wordt opgenomen in de bloedbaan.

De verhouding tussen aanmaak en afvoer van dit kamerwater resulteert in een bepaalde druk, de oogdruk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een verhoogde productie bij gelijkblijvende afvoer resulteert in een verhoogde oogdruk. Ook kan een belemmerde afvoer in combinatie met een normale productie een verhoging geven van de oogdruk. Uiteraard kan het ook voorkomen dat de productie verhoogd is en de afvoer belemmerd. Bij de meeste vormen van glaucoom is er sprake van een belemmerde afvoer door verschillende oorzaken.

 

Een normale oogdruk zit tussen de 8-23 mmHg. Hiermee is niet gezegd dat dit ook altijd de goede oogdruk is. In sommige gevallen kan er ook sprake zijn van glaucoom bij een oogdruk, liggend tussen de normaal waardes.

 

Welke soorten glaucoom zijn er?

1. Oculaire hypertensie.

Bij deze vorm van glaucoom is er sprake van een verhoogde oogdruk zonder schade (aan zowel oogzenuw als

gezichtsveld). Eigenlijk is dit (nog) niet echt glaucoom maar meer een voorstadium waaruit glaucoom kan ontstaan. Men

spreekt hierbij dus van een verhoogde kans op glaucoom (glaucoom suspect).

Periodieke controles zijn hierbij erg belangrijk om eventuele verandering bijtijds te ondervangen. Klachten zijn er in deze

fase vaak niet.

 

2. Openkamerhoek glaucoom.

Dit is de meest voorkomende vorm van glaucoom. De kenmerken hierbij zijn dan dus: verhoogde oogdruk, afwijkende

oogzenuw en een afwijkend gezichtsveld. De kamerhoek is hierbij "normaal" open, de belemmerde doorvoer zit er

voornamelijk in het (deels) verstopte trabekelsysteem. De doorvoer van het kamerwater ondervindt zo een verhoogde

weerstand waardoor de druk oploopt.

Risicofactoren zijn myopie (bijziendheid), vaatafsluiting in het oog, suikerziekte en vaatziekten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Open kamerhoek glaucoom zonder een andere oogziekte wordt ook wel primair genoemd (primair open

kamerhoek glaucoom). Komt het voor ten gevolge van een andere oogziekte, spreekt men over secundair (secundair

open kamerhoek glaucoom).

 

3. Nauwe of afgesloten kamerhoek glaucoom.

Bij deze vorm van glaucoom is de anatomische bouw van het oog zodanig, dat de kamerhoek erg klein is. De afvoer van

het kamerwater wordt hierbij belemmerd. Dit komt vaker voor bij mensen met een hogere hypermetropie (verziendheid,

+ bril).

Bij deze vorm van glaucoom kent men ook de acute vorm. Bij een acuut glaucoom ontstaat er in een korte tijd een

volledige afsluiting van de kamerhoek. Dit resluteert in het niet meer kunnen afvoeren van het geproduceerde

kamerwater, terwijl de productie wel doorloopt. Het kamerwater hoopt zich dan dus op wat een (extreme) stijging van de

oogdruk tot gevolg heeft.

De klachten hierbij kunnen bestaan uit plotseling waziger zien, rood oog, misselijkheid en mogelijk braken, hevige

hoofdpijn en een wijde, halfstijve pupil (zonder reactie op direct licht) aan 1 oog.

Een snelle behandeling is hierbij zeer belangrijk.

Men kan met een operatie een "doorgang" maken in de oogwand, zodat het kamerwater uit het oog weg kan vloeien.

Maar eerst zal men proberen om met een laserbehandeling de doorstroming in het trabekelsysteem te vergroten. Geeft

dit onvoldoende effect, zal men denken aan een operatie (trabeculectomie of iridectomie).

 

4. Normale druk glaucoom.

Bij deze vorm van glaucoom ontstaat er ernstige schade aan de oogzenuw en gezichtsveld, zonder dat er hierbij sprake

is van een verhoogde oogdruk. Vaak speelt een slechte bloedtoevoer naar de oogzenuw hierbij een rol. Hierbij worden

dan nieuwe, kwalitatief slechtere bloedvaten gevormd (neovascularisatie). Deze vaten zijn slechter bestand tegen de

oogdruk. Meestal is de patient wel bekend met hart- en vaatziekten.

 

5. Aangeboren glaucoom.

Dit is een vrij zeldzame vorm van glaucoom en bestaat uit een anatomisch defect in het trabekelsysteem. Door deze

ontwikkelingsstoornis ontstaat er een hoge oogdruk, een troebel hoornvlies, overvloedig tranen, schade aan de

oogzenuw en een groter wordend oog (bulpthalmos).

Men spreekt bij deze vorm over primair congenitaal glaucoom.

 

Wat zijn klachten bij glaucoom?

In het beginstadium kan het zijn dat glaucoom nog geen klachten geeft. Vaak komt het omdat de eventuele schade in het gezichtsveld nog simpelweg niet opvalt bij de patient. Soms ook wordt het ontbrekende deel in het ene oog, opgevangen door een nog werkend deel in het andere oog. Vaak is hierbij de oogscherpte ook nog goed (dit is ook bijna nooit aangedaan door glaucoom), waardoor het kan voorkomen dat iemand een gezichtsscherpte heeft van 100% (visus 1,0), terwijl wel grote delen van het gezichtsveld zijn uitgevallen.

 

Bij onderzoek, echter, kan in dit stadium al wel degelijk afwijkingen worden gevonden. Een goede controle is altijd onontbeerlijk.

 

Naarmate de ziekte voortschrijdt, worden de gezichtsveld defecten groter en volgt er vervloeiing van meerdere kleinere defecten tot 1 of meerdere grotere defecten.

Hierdoor gaat men echt slechter zien, echter de gezichtsscherpte kan nog steeds 100% zijn! Vanuit de ooghoeken wordt dan alleen steeds slechter gezien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij vergevorderde of ernstige uitval ontstaat kokerzien. Dit noemt men de centrale rest, alleen het zicht in het centrum is nog aanwezig (sterker nog: zelfs nu kan dit centrale zicht nog 100% zijn!).

Bij een nog verdere ontwikkeling van de centrale rest op beide ogen, kan uiteindelijk het meest centrale zien ook aangetast worden. Pas nu gaat men ook in gezichtsscherpte inboeten. Dit kan leiden tot blindheid.

 

Welk onderzoek kan worden verricht?

Deskundige controle van de ogen kan glaucoom al in een vroeg stadium opsporen. Uitsluitend de oogdruk meten is hierbij niet voldoende. Gedegen onderzoek naar glaucoom omvat naast de oogdrukmeting een nauwkeurig onderzoek van de ogen (wijdgedruppeld met mydriatica), vaak nog aangevuld met specifieke onderzoeken zoals een gezichtsveld onderzoek en een OCT (soort van objectieve scan van het oog).

Soms kan het een meerwaarde zijn om de oogdruk op verschillende momenten op de dag te meten, om zo de topwaarde en dalwaarde te bepalen. Dit ivm de drukschommelingen over de dag heen.

 

Welke behandelingen van glaucoom zijn er?

1. Oogdruppels.

De eerste behandeling vindt plaats met oogdruppels, welke tot doel hebben de productie van kamerwater te remmen of

de afvloeiing in het trabekelsysteem te verhogen. Combinaties zijn ook mogelijk natuurlijk.

Een drukdaling van ongeveer 1/3 is hierbij het doel.

Starten met druppels betekend consequent druppelen. Iedere dag moet men zich aan de voorgeschreven hoeveelheid

houden. Er moet namelijk een soort van buffertje worden opgebouwd.

Er zijn vele soorten druppels mogelijk. Welke uw oogarts kiest, is afhankelijk van uw specifieke soort en

omstandigheden. Dit gebeurd altijd in samenspraak met uw oogarts.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Laserbehandeling.

Wanneer met oogdruppels niet voldoende drukdaling wordt behaald, kan de behandelaar (uw oogarts) beslissen om via

een laserbehandeling de doorstroming in het trabekelsysteem te vergroten om meer drukdaling te verkrijgen

(trabeculoplastiek).

Of kan worden gekozen met de laserbehandeling een gaatje in de iris te maken, waardoor het kamerwater niet via de

ooglens naar de voorste oogkamer loopt, maar via de extra opening in de iris (perifere iridotomie)

Welke wordt gekozen is natuurlijk afhankelijk van waar de obstructie lijkt te zitten.

 

3. Operatie.

a. Trabeculectomie: Bij onvoldoende effect van de oogdruppels en laserbehandeling, zal kunnen worden overgegaan tot

het uitvoeren van een trabeculectomie. Hierbij wordt in de oogwand een soort van flapje gemaakt, waardoor het

kamerwater zijn druk kwijt kan. Het kamerwater loopt nu (gedeeltelijk) via het flapje het oog uit om vervolgens in het

slijmvlies te worden opgenomen. Hierdoor daalt de oogdruk vaak aanzienlijk.

b. Chirurgische perifere iridectomie: Bij deze ingreep wordt, net als bij de laserbehandeling, een gaatje in de iris gemaakt.

c. Staaroperatie (phaco-emulsificatie). Vaak daalt ook de oogdruk wanneer de eigen ooglens wordt vervangen door een

kunstlens. Er ontstaat namelijk meer ruimte in de voorste oogkamer en de druk kan zich nu over een grotere inhoud

verdelen.

© Copyright 2012. All Rights Reserved.