Maculadegeneratie (MD)

Welkom bij Stichting Oogzorg Brabant; oogzorg bij u thuis.

 

Maculadegeneratie (MD).

 

Wat is macula degeneratie?

Macula degeneratie (MD) is een aandoening waarbij de gezichtsscherpte, of visus, afneemt ten gevolge van het afsterven van kegeltjes in de gele vlek (macula lutea) in het centrale gedeelte van het netvlies.

In feite is het een slijtage verschijnsel van het netvlies, wat hoofdzakelijk bij ouderen voorkomt. Het perifere gezichtsveld blijft vaak wel bestaan: volledige blindheid is dan ook niet aan de orde, maar maatschappelijke blindheid is vaak een zekerheid bij vergevorderde MD.

 

We kunnen macula degeneratie (MD) indelen in verschillende soorten.

We onderscheiden verschillende vormen van MD:

1. Droge vorm van MD.

De droge vorm van MD ontstaat als de cellaag onder het netvlies (retinapigment) zijn functie verliest. Het erboven

gelegen netvlies, voornamelijk de fotoreceptoren, raakt zo ook aangedaan.

In het voorstadium van MD worden alleen geringe afwijkingen gevonden, zoals kleine "drusen" (verkleuringen van

bepaalde vorm en kleur) in de macula lutea. We spreken nu nog niet over MD, maar over het voorstadium ARM

(age-related maculopathie).

 

Bij verergering van droge MD gaat de fijne structuur van de macula verder verloren. In beginsel zijn in de macula kleine

"drusen" te herkennen, welke in een later stadium kunnen vervloeien tot grotere "drusen".

Dan treedt er vaak ook veranderingen op van de pigmentlaag van het netvlies (RPE). We kunnen het dan hebben over

hyperpigmentatie (teveel pigment) of hypopigmentatie (te weinig pigment). Deze laatste vorm kan overgaan in de natte

vorm van MD.

 

Bij de vroege vorm van MD lijkt het gebied net om de macula eerder te zijn aangedaan in de staafjes dan in de kegeltjes.

Hierdoor krijgen patienten eerder last van een verduisterende omgeving (minder zien in donkere omstandigheden).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Netvliesbeeld van een patient met de droge vorm van MD.

 

2. Natte vorm van MD (exsudatieve MD).

Bij de natte vorm van MD vormen zich nieuwe, kwalitatief slechte bloedvaten (neovascularisatie) in de macula. Deze

bloedvaten lekken door hun slechte kwaliteit snel bloed en vocht, wat zich vervolgens ophoopt onder het pigmentblad

(RPE).

Dit beschadigt de fotoreceptoren in het netvlies, waardoor de patient een snelle en ernstige achteruitgang van het

gezichtsvermogen bemerkt. Deze vorm van MD valt te klassificeren als "vergevorderd stadium van MD".

 

De fijne structuur van de macula gaat dan verloren, omdat de macula "vochtig" of "nat" wordt. Vandaar dat het de "natte"

vorm van MD wordt genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Netvliesbeeld van een patient met excudatieve (natte) MD.

 

Hoe vaak komt MD voor?

Het antwoord hierop is niet gemakkelijk te geven, aangezien we met verschillende stadia te maken hebben, maar ook met verschillende factoren, zoals ras en leeftijd.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 10% van de bevolking tussen de 40-80 jaar enige vorm van MD heeft. Hierbij is leeftijd de grootste risicofactor.

 

Wat zijn mogelijke klachten?

Bij elke vorm van maculadegeneratie (MD) neemt het centrale zien af, maar de periferie blijft vrijwel altijd intact (vanuit de ooghoeken kijken).

Het scherpe zien verdwijnt en er blijft in het midden van het gezichtsveld een "blind" gedeelte over. De rest van het netvlies blijft dus wel normaal functioneren, zodat men toch nog relatief zelfstandig kan functioneren. Denk hierbij aan fietsen, wandelen, eten koken. Het mist alleen de scherpte van het "normale zien".

 

MD kan leiden tot slechtziendheid (niet tot blindheid). Hierdoor ontstaat er een ernstige visuele handicap met mogelijk verstrekkende gevolgen voor bijvoorbeeld leefomgeving, beroepsomgeving en uitoefening van sport en hobby's.

Men zal dan welliswaar niet blind worden van MD, maar door eerder genoemde beperkingen spreken we over een maatschappelijke blindheid, aangezien de patient erg veel moet toegeven op de gewenste levensinvulling.

 

Vaak komt MD in beide ogen voor (50% van de gevallen), maar 1 oog is ook goed mogelijk. De kans dat het andere oog dan ook getroffen wordt is dan erg groot (10-14% per jaar).

Behalve een gezichtsscherpte vermindering, kan de patient ook last krijgen van beeldvertekening (metamorphopsie). Dit is vaak een van de eerst genoemde klachten bij natte MD.

Bij metamorphopsie zijn rechte lijnen niet meer recht te zien maar als kromme lijnen of met een knik erin.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is erg belangrijk om bij deze klachten onmiddelijk contact op te nemen met de oogarts voor verder onderzoek.

Bij bijtijdse ontdekking zijn er in sommige gevallen meer mogelijkheden tot behandeling.

Succes van deze behandelingen zijn helaas erg moeilijk vooraf te voorspellen en varieren zeer sterk. Feit is wel dat nog nooit iemand is "genezen" van MD, echter de progressie kan worden geremd of tijdelijk gestopt (in het beste geval).

 

Hoe kan MD worden behandeld?

Zoals al eerder genoemd kent MD geen genezing. Een echte behandeling, die de oorzaak van de aandoening bestrijd, is er dan ook niet.

De behandeling van MD is alleen mogelijk in het beginstadium van de natte vorm van MD. Onderzoekers werken echter wel hard aan uitbreiding van de behandelmogelijkheden, bij meerdere vormen en stadia van MD.

 

Hieronder volgen enkele behandelmogelijkheden, welke er op gericht zijn de progressie van MD te remmen of te stoppen (tijdelijk):

1. Injecties (Lucentis, Avastin, Macugen): deze injecties worden ook wel intravitreale injecties genoemd, omdat ze in de

oogbol gegeven worden.

De bedoeling van deze injectie is het tegengaan van de vorming van slechte bloedvaten (neovascularisaties) en

daarmee de vermindering van gelekt bloed en vocht in het netvlies.

 

Bij behandeling hiermee blijkt dat bij een groot deel van de patienten het gezichtsvemogen stabiliseert (60%), bij

25-30% verbeterde het gezichtsvermogen.

 

2. Photodynamische therapie (PDT): hierbij wordt een medicament (Visudyne) toegedient , gevolgd door een

laserbehandeling van de lekkende bloedvaten. De laser activeert de Visudyne, welke dan de abnormale bloedvaten

bestrijd.

Het resultaat van deze behandeling is beperkt en men kiest liever voor de intravitreale injecie (beschreven bij punt 1).

 

3. Voeding: Iedereen weet dat een goed eetpatroon de basis is van een goede gezondheid, ook voor de ogen. In de

macula bevinden zich het maculapigment, bestaande uit carotenoiden en anti-oxidanten.

Carotenoiden worden in bijna alle soorten groenten en fruit gevonden. Anti-oxidanten vindt men vooral in:

- vitamine C (sinaasappels, meloen, grapefruit, broccoli);

- vitamine E (graan, noten, pinda's, zonnebloem/olijfolie, spinazie, mango, bonen);

- zink (rund/kip/varkensvlees, walnoten, sesamzaden, oesters);

- carotenoiden in fel gekleurde groenten (zoals boerenkool, spruiten, erwten, mais, bladsla, spinazie, wortelen, etc) en

nagenoeg alle soorten fruit.

 

Een goede voeding is zeker op zijn plaats, maar of het ook daadwerkelijk MD kan voorkomen, dan wel verminderen, is

nog onbekend. Wellicht dat er een verminderd risico wordt gelopen.

 

4. Voedingssupplementen: Zoals eerder beschreven kan een goede voeding mogelijk een verminderd risico geven. Soms

kan worden uitgeweken naar een speciaal dieet, aangevuld met voedingssupplementen. Het dieet zal dan in

samenspraak met een dietiste worden opgesteld.

De voedingssupplementen zullen, eigenlijk zonder uitzondering, bestaan uit vitamines C en E, zink, mineralen en

carotenoiden.

De effecten van deze supplementen moeten niet worden overschat, ze dienen eerder onder het credo: "baat het niet,

dan schaad het niet".

 

5. Operatie: Operatieve behandeling van natte MD lijkt in sommige gevallen een gunstig resultaat te kunnen hebben. Het

zal dan echter hooguit gaan om de kleine groep patienten waarbij het 2e oog slechter wordt, terwijl het 1e oog al zeer

slecht is.

Deze operaties zijn technisch zeer ingewikkeld en de resultaten zijn beperkt.

 

6. Low-Vision: Soms kan een optisch hulpmiddel handig zijn, denk hierbij aan bijvoorbeeld een loupe, leeslineaal,

speciale verlichting, etc.

Deze hulpmiddelen zullen voornamelijk worden opgemeten en verstrekt door een Low-Vision specialist of opticien met

specifieke kennis van deze hulpmiddelen.

 

Intensief gebruik van deze hulpmiddelen kunnen de progressie van MD niet veranderen, maar ze kunnen de handicap

van slechtziendheid wat verminderen in sommige gevallen.

Low-Vision hulpmiddelen zijn er voor bedoeld op leesafstand het zicht te verbeteren.

 

Sommige MD patienten hebben baat bij een brillenglas om het contrast te verhogen. Dit brilglas zal dan in geel zijn

getint.

© Copyright 2012. All Rights Reserved.