Staar (Cataract)

Welkom bij Stichting Oogzorg Brabant; oogzorg bij u thuis.

 

Staar (cataract).

 

Wat is staar?

Onder normale omstandigheden is de lens helder en doorzichtig. Staar is een vertroebeling van de ooglens. Wanneer deze ooglens troebel is geworden, worden de binnenvallende lichtstralen in hun beloop gestoord. Hierdoor komt er op het netvlies een onscherp beeld.

Ouderdomsstaar of seniel cataract is de meest voorkomende vorm van staar en is een gevolg van het ouder worden. Dit komt doordat de eiwitten in de ooglens na verloop van jaren gaan samenklonteren, met als resultaat dat de ooglens minder helder wordt.

Het gezichtsvermogen (visus) wordt daardoot steeds slechter, wat van persoon tot persoon kan verschillen. De ene persoon bemerkt een achteruitgang in visus in enkele maanden, terwijl de andere persoon jaren doet voordat dezelfde achteruitgang is behaald.

 

Hoe vaak komt staar voor?

Staar komt vooral voor bij ouderen, boven het 55ste levensjaar. Onder de 65-jaar heeft ongeveer 3% last van staar, bij 85-jarige is dit al ongeveer 20 %.

Een groot aantal mensen op hogere leeftijd heeft enige mate van staar zonder dat dit door een oogarts als zodanig is erkent.

 

Staar is wereldwijd een veel voorkomende en belangrijke oorzaak van slechtziendheid.

De frequentie van staar bedraagt in de leeftijdsgroep van 55-74 jaar ongeveer 11% en in de leeftijdsgroep van 85-jaar en ouder ongeveer 33%.

In Nederland worden ongeveer 150.000 staaroperaties per jaar uitgevoerd. Het is de meest uitgevoerde en meest succesvolle operatie.

 

Wat zijn de klachten van staar?

Meestal verloopt de verslechtering in visus door de vertroebeling van de ooglens erg traag en kan het jaren duren voordat de persoon in kwestie er last van krijgt. Doorgaans neemt de staar in de loop van de tijd toe.

Soms echter, gaat het proces sneller en treedt al na enkele maanden een merkbare verslechtering van de visus op.

 

De meest gehoorde klachten bij staarvorming, zijn:

- Minder zien, waziger beeld;

het scherpe zien wordt steeds minder, zowel op afstand kijken als bij nabij kijken. Het lijkt dan soms alsof er door

"matglas gekeken" wordt.

- Kleurverandering;

de omgeving lijkt grauwer en minder kleurrijk. Meestal wordt u zich pas van het verschil bewust als er aan 1 oog de staar

is weggenomen.

- Dubbelbeeld of schaduwbeeld met 1 oog;

dit ontstaat door een onregelmatige lichtbreking in de troebele ooglens, waardoor er meerdere beelden kunnen ontstaan.

Is een dubbelbeeld alleen maar aanwezig bij het kijken met 2 ogen, dan is dit vaak niet door staar.

- Last van verblinding / schitteringen;

men kan last krijgen van tegenlicht (bijvoorbeeld van tegenliggers in de auto) of zonlicht. Dit verblindend effect, halo's

genoemd, ontstaat door de lichtverstrooiing in de vertroebelde ooglens.

- Wisselende of steeds veranderende brilsterkte;

bij een kernstaar (nucleair cataract) veranderd de breking van de ooglens door een toename van de bolling van de

ooglens. Hierdoor verandert de sterkte van de bril.

Soms lijkt het zelfs alsof het zien zonder bril beter is dan met de bril op, dit is vaak een tijdelijke "verbetering" tijdens de

toename van de vertroebeling.

- Slechter zien in het donker;

de ooglens kan licht tegenhouden bij toenemende vertroebeling. Een sterke leeslamp kan in het begin nog uitkomst

bieden.

 

Welke soorten van staar zijn er?

De ooglens is opgebouwd uit verschillende lagen: een lenskapsel (soort van zakje waarin de lens zit), de schors (de buitenste schil) en de kern.

Het cataract kan bestaan uit verschillende vormen:

- capsulair cataract: vertroebeling van het kapsel zelf;

- subcapsulair cataract: troebeling net onder het kapsel;

- corticaal cataract: troebeling van de schors (meestal wit van kleur);

- nucleair cataract: troebeling in de lenskern (meestal groen-bruin van kleur);

- combinaties: bijvoorbeeld corticonucleair cataract.

 

Welke oorzaken kent staar?

De meest voorkomende vorm van staar is het gevolg van een veroudering van de ooglens. Andere oorzaken kunnen zijn:

- Aangeboren afwijkingen: erfelijkheidsfactoren;

- Bepaalde stofwisselingsziekten: zoals suikerziekte;

- Bepaalde oogaandoeningen: bijvoorbeeld inwendige ontstekingen;

- Medicijngebruik: langdurig Prednison gebruik bespoedigd staarvorming;

- Oogverwondingen: trauma, chemisch letsel;

- Overige restfactoren; bijvoorbeeld na oogoperaties, bij bepaalde syndromen.

 

De overige risicofactoren voor het ontwikkelen van staar zijn: geslacht (vrouwen krijgen vaker staar dan mannen), suikerziekte, zonlicht, voeding, socio-economische staus en levenstijl (roken, alcohol).

 

Wanneer moet je staar behandelen?

Als men staar heeft maar nog goed genoeg ziet om probleemloos te kunnen werken of met hobby's bezig te kunnen zijn, hoeft zich doorgaans nog niet te laten behandelen.

Pas wanneer de persoon zich beperkt voelt door de teruglopende gezichtsscherpte, of als een veiligheidskeuring (bijvoorbeeld een rijbewijskeuring) dit vereist, laat men zich aan staar behandelen.

Dit kan alleen door eeen staaroperatie (phaco-emulsificatie).

© Copyright 2012. All Rights Reserved.