Staaroperatie

Welkom bij Stichting Oogzorg Brabant; oogzorg bij u thuis.

 

Staaroperatie (phaco-emulsificatie).

 

Wanneer laat je staar (cataract) opereren?

Wie cataract heeft, maar nog goed genoeg ziet om ongehinderd te werken, hobby's uit te voeren en dergelijke hoeft zich nog niet te laten opereren. Op het moment dat de cataract zo hinderlijk wordt dat het dagelijks leven erdoor wordt verstoord, is een cataractoperatie de belangrijkste keuze.

Bij de meeste mensen met cataract is het gezichtsvermogen gedaald, maar soms is dit nog best redelijk. Zeker is dat de hoeveelheid cataract nooit uit zichzelf verminderd, juist alleen maar erger wordt. Het gezichtsvermogen gaat hierbij eigenlijk altijd achteruit. De enige manier om van de vervelende cataract af te komen is de genoemde cataractoperatie, om de vertroebelde lens uit het oog te nemen.

Hiervoor wordt dan vervolgens een kunststof lensje voor terug geplaatst, met grotendeels de sterkte welke voorheen in de bril zat.

In een latere fase is het nog best mogelijk dat er op het kunstlensje staar terug groeit (nastaar). Dit is vervolgens prima met een laser weg te halen. Maar om met laser te kunnen behandelen, moet eerst het oog zijn voorzien van een kunstlensje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welke kunstlens?

Bij de staaroperatie wordt er ter vervanging van de eigen (troebele) ooglens, een kunstlensje geplaatst. Afhankelijk van de refractie-afwijking en de wens van de patient zijn er verschillende mogelijkheden.

Echter niet ieder ziekenhuis biedt deze mogelijkheden aan. De meest gebruikte kunstlens is de monofocale, sferische kunstlens.

 

Monofocale, sferische kunstlens:

Met deze lens kunt u maar op 1 afstand scherp zien (meestal gekozen om in de verte scherp te kunnen zien).

Nadien is een correctie nodig voor de eventuele cilindrische afwijking, deze wordt namelijk bij de operatie niet weggenomen.

Ook zal een leesbril nodig zijn om op korte afstand scherp te kunnen zien. Voor computerafstand is dan weer een andere sterkte nodig.

Veel opticiens bieden de mogelijkheid aan om een speciale "computerbril" aan te meten. Deze heeft onderin het multifocale brillenglas de leessterkte en bovenin de sterkte voor de afstand tot de computer.

 

Monofocale, torische kunstlens:

Deze lens in nog niet zo heel lang op de markt (sinds 2007). Met deze lens worden ook cilindrische afwijkingen gecorrigeerd.

Voor de oogchirurg is het een hele uitdaging om deze lens op de juiste manier te implanteren tijdens de operatie. Dit is ook meteen het grootste nadeel. Zit de lens niet (helemaal) goed, zal er vervelend mee worden gekeken.

Dit valt echter met een goed aangemeten bril wel weer te corrigeren. Ook bij de torische kunstlens is nadien nog een leesbril, dan wel computerbril, nodig.

 

Multifocale kunstlens:

Deze lens kent, net als een multifocaal brillenglas, een sterkte voor veraf en een sterkte voor nabij, met verloop tussen beide waarmee op de tussen afstanden scherp kan worden gezien. De meeste mensen kunnen hiermee prettig kijken, echter niet iedereen vindt hier de juiste oplossing in.

Bij de hogere cilindrische afwijkingen zal kijken met de multifocale kunstlens bemoeilijkt worden, al zijn er ook speciale torische multifocale kunstlenzen op de markt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Welke kunstlens wordt gebruikt dient u vooraf met uw oogarts te bepalen. In de meeste gevallen zal de oogarts de monofocale, sferische kunstlens gebruiken.

Aangezien de multifocale kunstlens veel duurder is dan de standaard monofocale, moet door de patient het verschil worden bijbetaald.

De vergoeding van de ziektekostenverzekeraar omvat in de meeste gevallen alleen gebruik van de monofocale, sferische kunstlens.

 

Voorbereiding op de operatie.

Om de cataractoperatie zo goed mogelijk te laten verlopen zijn enkele voorbereidingen nodig.

 

Oogonderzoek:

Het vooronderzoek wordt gedaan door de optometrist of technisch oogheelkundig assistent. Hierbij wordt de gecorrigeerde gezichtsscherpte bepaald en de oogdruk wordt gemeten. Vervolgens zullen de ogen worden gedruppeld om de pupil te vergroten. Zo kan de oogarts nadien beter in de ogen kijken. Met deze druppels in de ogen kunt u last hebben van waziger/slechter zicht. Dit verdwijnt na enkele uren vanzelf.

 

Tijdens het vooronderzoek wordt ook de sterkte van de kunstlens bepaald. Deze meting wordt de biometrie genoemd.

De sterkte van de kunstlens wordt bepaald aan de hand van verschillende metingen. Hierbij is bijvoorbeeld de ooglengte belangrijk en de bolling van de cornea. In veel gevallen wordt ook de diepte van de voorste oogkamer bepaald.

Deze meting is puur objectief en volledig pijnloos; er wordt eigenlijk alleen in de ogen gekeken door het apparaat.

In veel gevallen zal de sterkte van de kunstlens zodanig worden gekozen dat er na de operatie (bijna) geen sterkte meer nodig is.

De sterkte welke nodig is om te kunnen lezen zal wel nog nodig zijn.

Contactlensdragers zullen voor de biometrie de contactlenzen moeten uitnemen.

 

Preoperatieve screening:

Alvorens de staaroperatie zal ook de anaestesist met u willen spreken, om uw algemene gezodheid te beoordelen en eventuele moeilijkheden tijdens de operatie te bespreken. Zo zal naar uw medicijngebruik worden gekeken (neem uw medicijnlijst mee!). Indien nodig kan de anaestesist u nog doorverwijzen naar een andere specialist.

 

Dag van de operatie:

Dagbehandeling:

In de meeste gevallen heeft u bij de staaroperatie te maken met een dagbehandeling. U komt op een afgesproken tijdstip naar de OK, liefst wordt u door iemand gebracht en naderhand weer gehaald, aangezien u nadien niet zelf kunt rijden.

U komt naar de OK zonder make-up op en de sieraden zijn afgelaten. Ook contactlenzen zijn uit gelaten (liefst al geruime tijd vooraf).

U hoeft niet nuchter te zijn, aangezien de operatie onder plaatselijke verdoving plaatsvind (in de meeste gevallen, tenzij anders besproken).

De operatie zal ongeveer 15-20 minuten duren, waarna u terug komt op de dagopname. Hierna kunt u al vrij snel weer worden opgehaald om naar huis te gaan.

 

Verdoving:

De staaroperatie wordt in de meeste gevallen onder plaatselijke verdoving uitgevoerd.

Meestal wordt gebruik gemaakt van druppel anaestesie (het oog wordt dan verdoofd d.m.v. druppels) of een verdovingscapsule (deze capsule wordt in het onderooglid gelegd om in te laten werken, nadien wordt de lege capsule weer uitgenomen). Groot voordeel bij deze vormen van verdoving is dat het oog zelf nog kan bewegen en dat het kan worden gericht zoals de oogchirurg u dat vraagt.

 

Daarnaast kent men ook de sub-tenon anaestesie. Bij deze vorm van verdoving krijgt u eerst druppels toegediend, om vervolgens verdovingsmiddel achter het oog gespoten te krijgen d.m.v. een canule onder de oogbol door. Hierdoor is het complete oog gevoelloos en kan het ook niet meer bewegen.

Dit kan voordelen hebben voor de oogchirurg bij bijvoorbeeld erg beweeglijke ogen of patienten welke moeilijk kunnen horen.

 

Welke methode van verdoving in uw specifieke geval wordt gebruikt wordt vooraf bepaald in een gesprek met de oogchirurg.

In uitzonderingsgevallen wordt gekozen voor algehele narcose. Meestal zijn het patienten welke erg angstig zijn, moeilijk kunnen stilliggen of mentaal beperkt zijn.

 

Operatiekamer:

Tijdens de operatie wordt u steriel afgedekt d.m.v. een steriel doek over het hoofd. Onder dit doek zal frisse lucht worden geblazen om eventuele benauwdheid te voorkomen.

Wilt u tijdens de operatie kuchen, hoesten of bewegen moet u dit eerst met de oogchirurg bespreken om problemen te voorkomen.

 

De operatie:

De staaroperatie van deze tijd betreft de phaco-emulsificatie. Om te beginnen wordt er een sneetje geplaatst ter grootte van ongeveer 2,5-3 mm. De troebele lens wordt d.m.v. een speciaal apparaatje verpulverd en vervolgens afgezogen. Nu wordt er via een speciale buis het opgevouwen kunstlensje ingebracht en op de juiste plaats gezet. Dit lensje is ongeveer zo groot als een kleine knoop en heeft een soort van weerhaakjes aan de zijkant waarmee deze zich goed vastzet in het omliggende weefsel. De incisie sluit zich meestal vanzelf, maar in sommige gevallen wordt er toch nog een hechting bijgezet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eigen (troebele) ooglens wordt afgezogen.

 

Nadien:

De dag na de operatie komt u naar het ziekenhuis voor de eerste controle of, als dit is afgesproken, kunt u thuis het oogverband afnemen. Het is niet raar als u in het begin nog wat wazig ziet, maar al vrij snel zal dit (aanzienlijk) verbeteren.

 

U start met druppelen met het voorgeschreven middel. Dit middel kan verschillen tussen het ene ziekenhuis en het andere. In de meeste gevallen omvat het middel een antibiotica in combinatie met een ontstekingsremmer. Dit gebruikt u meestal 3x per dag in het geopereerde oog.

 

De uitleg hoe u het beste druppelt, en hoe vaak, krijgt u bij deze eerste controle of is vooraf met u besproken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veelgebruikt: de Tobradex oogdruppels.

 

 

LET OP:

Na de operatie dient u rekening te houden met een kwetsbaar oog, tot 4 weken na de operatie kunt u het beste voorzichtigheid in acht nemen.

 

Wrijven moet u proberen te voorkomen, gebruik 's nachts een speciaal oogkapje.

 

Probeer druk in het oog te voorkomen, dus niet bukken, zwaar tillen, ook zwaar niezen kan problemen veroorzaken.

 

Probeer tijdens douchen het geopereerde oog gesloten te houden. U mag dan gewoon douchegel of shampoo gebruiken.

 

Na 2 weken mag u weer rustig aan beginnen met sporten.

 

Pas na volledig herstel kunt u de brillenglazen (of glas) aanpassen. Doet u dit eerder, loopt u de kans dat de uiteindelijke sterkte nog wat veranderd en dat uw nieuwe glazen dus niet optimaal zijn.

© Copyright 2012. All Rights Reserved.